Kerncijfers

De kerncijfers geven een beeld van de vele bezoeken en handelingen die in 2016 zijn verricht. Deze gegevens hebben uitsluitend betrekking op patiënten die zorgen ontvangen die vergoed worden uit de nomenclatuur, zoals bepaald door het RIZIV. De cijfers hebben betrekking op unieke patiënten. De organisatie die 79 jaar bestaat in 2016 is marktleider in de sector thuisverpleging.

 

Klik hier voor de uitbreiding van de kerncijfers 2016.

Patiënten

In 2016 kregen 156 368 patiënten verzorging van een thuisverpleegkundige van het Wit-Gele Kruis. In vergelijking met 2015 gaat het om een stijging van 1,7 %.

Leeftijd & geslacht

De meerderheid van de patiënten (58,9 %) is vrouwelijk, 41,1 % is mannelijk. De gemiddelde leeftijd bedraagt 77,6 jaar. Vrouwen zijn met een gemiddelde leeftijd van 79,1 jaar 4,2 jaar ouder dan mannen (74,9 jaar).

De hogere leeftijdsgroepen van onze patiënten zijn sterk vertegenwoordigd: 69,5 % is ouder dan 60 jaar. Het aantal hoogbejaarden ligt ook hoog: 32,7 % is ouder dan 80 jaar.

Katz-schaal

De Katz-schaal bestaat uit zeven niveaus en meet de afhankelijkheid van patiënten voor essentiële activiteiten van het dagelijkse leven:

  • Katz 1 = patiënt is volledig onafhankelijk voor alle items
  • Katz 2 = patiënt is afhankelijk voor 'wassen'
  • Katz 3 = patiënt is afhankelijk voor 'wassen' en 'kleden'
  • Katz 4 = patiënt is afhankelijk voor 'wassen', 'kleden' en 'verplaatsen'
  • Katz 5 = patiënt is afhankelijk voor 'wassen', 'kleden', 'verplaatsen' en 'toiletbezoek'
  • Katz 6 = patiënt is afhankelijk voor 'wassen', 'kleden', 'verplaatsen', 'toiletbezoek' en 'incontinentie'
  • Katz 7 = patiënt is afhankelijk voor 'wassen', 'kleden', 'verplaatsen', 'toiletbezoek', 'incontinentie' en 'eten'

In oktober 2016 (de referentiemaand voor de gegevens) zijn er 69 234 (44.3 %) patiënten gescoord.

 

Zorgafhankelijkheid

Elk item (wassen, kleden ...) wordt gescoord op een vierpuntenschaal, naargelang de afhankelijkheid van de patiënt. De verpleegkundige evalueert aan de hand hiervan de zorgafhankelijkheid van de patiënt.

De meeste patiënten zijn afhankelijk voor 'wassen' en 'kleden' (65,4 % en 62,9 %). Toch zien we dat 44,6 % hulp nodig heeft bij het eten. De taak behelst vnl. het hapklaar maken van het eten en het goed positioneren van de patiënt.

Van de patiënten is 2,7 % (1 917 personen) totaal afhankelijk bij het eten en 7,0 % heeft gedeeltelijk hulp nodig bij het eten of het drinken (5 014 personen).

De Weckx-schaal

Met behulp van de Weckx-schaal meet de verpleegkundige de psychosociale context van de patiënt. Deze schaal beoordeelt de patiënt op 5 parameters: de graad van oriëntatie, de graad van rusteloosheid, de woonsituatie van de patiënt, de mantelzorg (of de patiënt voldoende omringd is door familie of vrienden) en de mate van comfort dat de patiënt in huis geniet. Ook voor deze gegevens is de maand oktober de referentiemaand.

Oriëntatie & rusteloosheid

De meeste patiënten hebben geen probleem met oriëntatie (72,4 %). Iets meer dan één op vijf patiënten heeft occasioneel problemen (22,0 %) en een minderheid (5,6 %) is voortdurend gedesoriënteerd. Voor rusteloosheid zien we dat de meerderheid geen problemen heeft (60,0 %) en dat iets meer dan een derde van de patiënten occasioneel rusteloos is (34,3 %). Ook hier is een minderheid voortdurend rusteloos (5,7 %).

Mantelzorg

Mantelzorgers zijn bij iets meer dan de helft van de patiënten (56,3 %) frequent beschikbaar. Bij een derde (31,4 %) is de mantelzorger regelmatig beschikbaar en bij 12,3 % van de patiënten is de mantelzorg sporadisch of helemaal niet beschikbaar.

Opvallend is dat 44,0 % van de patiënten niet kan rekenen op inwonende mantelzorg.

Woonsituatie

Anders dan in een ziekenhuis komen verpleegkundigen van het Wit-Gele Kruis aan huis bij de patiënt. Wonen er al dan niet andere personen onder hetzelfde dak die de patiënt kunnen helpen en in welke mate zijn ze beschikbaar? 

De meeste patiënten (56 %) wonen samen met een valide persoon die ook beschikbaar is. Bij één vijfde van de patiënten (20,7 %) is deze persoon echter niet beschikbaar. Bovendien woont meer dan één vijfde van de patiënten (23,3 %) alleen.

Bezoeken & handelingen

In 2016 zijn er 17 892 574 bezoeken verricht, wat goed is voor een stijging van 2,5 %. Er zijn 26 241 247 handelingen verricht die vergoedbaar zijn, wat een stijging vertegenwoordigt van 4,0 % tegenover 2015.

Voornaamste handelingen:

  • hygiënische zorgen (40,2 %): tijdens die zorg detecteert de verpleegkundige de nood aan andere zorgen en wordt de zelfredzaamheid zo veel mogelijk gestimuleerd. De zorg bestaat uit meerdere interventies.
  • wondzorgen (20,2 %): naargelang de aard van de wonde verschilt de wondzorg. Complexe wondverzorging (49,8 %) wordt hierbij het meest verricht. Ook compressietherapie, nl. het aan- en uitdoen van kousen (13,7 %) of het aanbrengen van bandages of compressieverbanden (33,3 %) zijn belangrijke zorgen.
  • inspuitingen (13,8 %): in 2016 werden in totaal 3 625 534 inspuitingen gegeven.
  • andere zorgen in de forfaits (13,7 %): dit zijn zorgen die niet worden gespecificeerd. Dit geeft aan dat de verpleegkundige veel meer doet dan wat de nomenclatuur vermeldt.
  • medicatie voorbereiden en toedienen (7,9 %): het voorbereiden en toedienen van medicatie bij chronisch psychiatrische patiënten (16,6 %), de wekelijkse voorbereiding van geneesmiddelen per os (11,6 %) en het voorbereiden van medicatie bij forfaitpatiënten (71,8 %).
  • diabetesverstrekkingen: er zijn in 2016 29 024 diabeteseducaties (5,6 % van alle diabetesverstrekkingen). Erkende verpleegkundigen of diëtisten diabeteseducatoren leren de patiënt de zorg in eigen handen te nemen.

'Andere vergoedbare zorgen' (1,5 %) zijn meer gespecialiseerde verpleegkundige zorgen zoals blaaszorg, waaronder blaassondage, -instillatie en -spoeling ( 48,8 %), gastro-intestinale zorg (44,6 %) met o.m. gastro-intestinale tubage en drainage, darmspoelingen, enterale voeding via maagsonde, gastro- of enterostomiesonde en vulva-, vaginazorgen of aspiratie van luchtwegen (6,6 %). Een klein maar belangrijk deel (0,4 %) van de verstrekkingen zijn de palliatieve zorgen. Palliatieve zorg begeleidt de patiënt in zijn/haar laatste levensfase. Door deze zorg kan de verpleegkundige aan patiënten een menswaardig levenseinde bieden. Vooral geplande bezoeken ’s nachts (47,0 %), overlegvergaderingen met de huisarts (19,9 %) alsook het contact met de referentieverpleegkundige (19,6 %) komen het meest voor in 2016. Naast al deze interventies zijn ook psychosociale interventies van groot belang voor de patiënt.

Verpleegkundig consult & advies

In 2016 zijn er 38 041 (0,1 %) verpleegkundige consulten en verpleegkundige adviezen verricht. Met de eerste verstrekking worden verpleegkundige gezondheidsproblemen en zorgdoelen van de patiënt geformuleerd. In 2016 ontvangen 31 031 patiënten (19,8 %) dit consult.

De tweede intellectuele verstrekking is het verpleegkundig advies en overleg in functie van de wekelijkse voorbereiding van de geneesmiddelen per os (voor orale toediening) met akkoord van de behandelend geneesheer. Het verpleegkundig advies is in 2016 bij 6 771 patiënten (4,3 %) verstrekt.

Deze gegevens vind je terug in het taartdiagram 'Relatieve verdeling van het aantal handelingen naar de aard van de zorg'.

Specifiek technisch verpleegkundige verstrekkingen

Dit zijn gespecialiseerde handelingen:

  • intraveneuze of subcutane perfusie, parenterale voeding, epidureale analgesie, intrathecale anesthesie: 56,4 %
  • plaatsen verblijfskatheter of specifiek materiaal voor het toedienen van geneeskundige oplossingen in implanteerbare kamer: 18,7 %
  • verwijderen van een verblijfskatheter of specifiek materiaal dat toediening van een geneeskundige oplossing in een implanteerbare kamer toelaat: 18,9 %
  • vervangen van een suprapubische sonde met ballon: 5,7 %
  • vervangen van een gastrostomiesonde met ballon: 0,1 %
  • gebruik pompsystemen voor toedienen van chronische analgesie via epidurale of intrathecale catheter: 0,2 %

Handelingen per bezoek & verzorgingsdag

De figuur illustreert een stijgend aantal handelingen en bezoeken naar het vergoedingstype. Dit toont duidelijk het verband tussen de mate van ADL-afhankelijkheid en de mate van zorgafhankelijkheid.

Vergoeding

De vergoeding van de verpleegkundige zorg is bepaald door de RIZIV nomenclatuur. Dit is afhankelijk van de zorgafhankelijkheid van de patiënt, die d.m.v. de Katz-score ingedeeld wordt in een bepaalde vergoedingsgroep. Zo wordt de verzorging van patiënten met een hoge zorgafhankelijkheid op forfaitaire basis vergoed.

De figuur toont de evolutie van de verdeling van de patiënten volgens het vergoedingstype. We onderscheiden patiënten die een verzorging per handeling ontvangen (dit zijn licht zorgafhankelijke patiënten) en forfaitpatiënten (dit zijn matig tot erg zorgafhankelijke patiënten). Voor de meeste patiënten wordt de verzorging per handeling vergoed.

Door de jaren heen merken we een daling van het aantal patiënten die de zorg per handeling ontvangen (van 71,4 % naar 66,5 %) en een stijging van de forfaitpatiënten (van 28,6 % naar 33,5 %). Deze stijging is vooral zichtbaar bij de FFA en FFB-patiënten.

 

Samenwerking met artsen

De samenwerking met de artsen is voor verpleegkundigen van cruciaal belang om een kwalitatief hoogstaande zorg aan de patiënten te kunnen verlenen. Het Wit-Gele Kruis van Vlaanderen werkt in 2016 samen met 16 798 artsen. We kennen hun aantal zo goed omdat voor de meeste verpleegkundige prestaties een doktersvoorschrift noodzakelijk is en dit gezamenlijk wordt geregistreerd.

Wit-Gele Kruis in de sector van de thuisverpleging

Het Wit-Gele Kruis heeft een globaal marktaandeel van 31,9 % in de Vlaamse sector van de thuisverpleging. Voor bepaalde handelingen overstijgt het marktaandeel dit gemiddelde. Dit is het geval voor de diabetes forfaits. Voor alle diabeteshandelingen samen is het marktaandeel 60,9 %.

Indien we enkel de educaties beschouwen die aan patiënten worden gegeven die een zorgtraject doorlopen stijgt het aandeel naar 63,5 %. Het Wit-Gele Kruis stelt hiervoor naast verpleegkundigen ook diëtisten te werk.

Ook voor het verpleegkundig consult is het marktaandeel aanzienlijk: 51,5 %.